09-03-2011
Ze hebben uitstekende inkomens uit goede sponsorcontracten, het grote publiek juicht ze ook toe als popsterren. Een schril contrast met de situatie in Nederland, waar iedere atleet gewoon over straat kan en waar schraalhans keukenmeester is. Afgelopen zondag in Omnisportcentrum Bercy slaakte meerkamper Ingmar Vos een vreugdekreet toen hij het eindklassement van de zevenkamp zag op het grote scherm.
Het was hem gelukt om vijfde te worden, precies de klassering die hij nodig had om een A-status te krijgen bij NOCNSF. Het levert hem iedere maand een bedrag van iets meer dan duizend euro op. "Ik ben hier heel blij mee. Het stelt me in staat door te gaan met mijn sport", aldus de atleet, voor wie zijn club PAC een inzameling houdt om een nieuwe set polsstokken te kopen.
Neem nou Christophe Lemaître, in Parijs winnaar van het brons op de 60 meter. De 20-jarige sprinter uit Aix-les-Bains heeft in 2010 zijn eerste financiële klapper gemaakt.
Hij was een van de sensaties op het EK-atletiek in Barcelona met goud op de 100, de 200 en de 4x100-meterestafette. Zijn inkomen voor 2011 wordt geschat op 260.000 euro. Dat heeft hij onder meer te danken aan een royaal contract bij Asics, dat van de Franse sprinter een van de internationale sterren heeft gemaakt.
Daarnaast heeft hij privileges waar een Nederlandse atleet alleen maar van kan dromen. Vorig jaar mocht hij bij meetings rekenen op een startgeld van rond 10.000 euro. Dit jaar kan hij dat bedrag waarschijnlijk verdubbelen. Daarbij is de 4500 euro die de stad Aix-les-Bains hem jaarlijks uitkeert als ambassadeur natuurlijk een schijntje: maar voor dat geld zou Vos een set nieuwe stokken kunnen kopen.
Tenslotte: Vos moet in Birmingham, waar hij woont en traint, op zoek naar nieuwe woonruimte nu zijn relatie op de klippen is gelopen. Lemaître heeft dat probleem niet. Zijn club betaalt zijn appartement. Waar Lemaître een Asics-contract heeft met een looptijd tot en met de Spelen van 2016, daar zal Vos zijn A-status en bijbehorend stipendium ieder jaar opnieuw moeten verdienen.
Overigens zijn er Nederlandse atleten die het met nog fors minder moeten doen. Neem nou Brian Mariano, die in dezelfde finale als Lemaître naar de zesde plaats liep. Hij 'verdiende' met die prestatie een B-status, wat neerkomt op een onkostenvergoeding. Toegegeven , atletiek is in Frankrijk, Engeland en Spanje een grotere sport dan in Nederland. De thuismarkt is dus groot - reden waarom Asics zo veel geld over heeft voor Lemaître.
Zaterdag en zondag zat het Palais Omnisports in Parijs bomvol met 8000 dolenthousiaste toeschouwers. Die gingen uit hun dak bij alle prestaties - vooral bij de twee wereldrecords op het hinkstapspringen van Teddy Tamgho, afkomstig uit een voorstad van Parijs. Tamgho kan net als Lemaître niet meer gewoon over straat. Jongeren scanderen zijn naam, willen met hem op de foto en vragen handtekeningen. Ze zijn niet zulke grote helden als voetballers, tennissers of rugbyers, maar duiken wel regelmatig op in televisieshows, waar ze als vedettes worden behandeld. Heel wat anders dan bij ons waar een optreden in Holland Sport het hoogst haalbare lijkt.
Bron: Provinciale Zeeuwse Courant 09-03-2011
|